What are you looking for?
Het First-Party Trust-programma pakt first-party- of terugboekingsfraude aan door de kloof tussen partijen te overbruggen om betere gegevensdeling mogelijk te maken. Handelaren en uitgevers krijgen nu de beschikking over de hulpmiddelen en de technologie om legitieme aankopen te bewijzen en onterechte geschillen te voorkomen.
Het First-Party Trust-programma gebruikt verbeterde gegevens om de identiteit van de kaarthouder te bevestigen, waardoor uitgevers en handelaars informatie kunnen delen om onduidelijkheid over kaarthouders te verminderen en gevallen van first-party fraude effectiever op te sporen.
Please accept functional cookies to watch this video.
First-party fraude vindt plaats als een kaarthouder een legitieme aankoop doet, de goederen of diensten ontvangt en vervolgens beweert dat er sprake was van fraude. Dit kan een misverstand zijn doordat ze de betaling gewoon niet herkennen, maar het kan ook een poging zijn om de handelaar op te lichten door misbruik te maken van de terugboekingsprocedure om een product of dienst gratis te krijgen.
First-party fraude is verantwoordelijk voor 75% van de fraude bij online bedrijven en blijft toenemen. Doordat uitgevers niet goed kunnen inschatten of claims van first-party fraude kloppen, dragen handelaars veel van de financiële last door verlies van omzet, voorraad en tijd door het afhandelen van terugboekingen.
Het First-Party Trust-programma van Mastercard wil first-party fraude uit het betalingsecosysteem elimineren om een eerlijker en evenwichtiger systeem voor iedereen te creëren. Doordat handelaars en uitgevers in de pre-autorisatie- en de geschillenfase de beschikking hebben over extra gegevenselementen, kunnen ze first-party fraude beter opsporen en dat kan leiden tot hogere goedkeuringspercentages.
Handelaren hebben de mogelijkheid om op het moment van de transactie of op het moment van het geschil verbeterde gegevens en inzichten te delen. Om binnen het programma voor aansprakelijkheidsbescherming in aanmerking te komen, moeten handelaren een datapunt uit elk van de volgende categorieën sturen:
Handelaren moeten een data-element uit elk van de volgende categorieën sturen: apparaatfactor en leveringsfactor. Het derde element moet een van de genoemde aanvullende identiteitsfactoren of een ongebruikt element van de apparaat- of leveringsfactor zijn.